"CHILL is de plek waar creativiteit, spelplezier en denkkracht bepalende factoren zijn"

- Joost Ruland

Bij CHILL staat de innovatie van het "hoe" centraal

CHILL-is een expertisecentrum op gebied van topsector chemie en materialen dat onderwijs en bedrijfsleven verbindt. CHILL stelt een innovatieve leer-, werk- en onderzoeksomgeving beschikbaar waar bedrijven (van start-up tot multinational) en kennisinstellingen (van mbo tot wo) samenwerken aan de ontwikkeling van kennis en nieuwe producten. Door CHILL zijn er voldoende, uitmuntend opgeleide mensen voor de sector beschikbaar wordt een bijdrage geleverd aan de profilering van de moderne chemie en haar rol in een circulaire samenleving.

Het speelveld van CHILL

Dat we problemen niet kunnen oplossen met dezelfde denkwijze die ze heeft veroorzaakt weten we van Albert Einstein. Het komt aan op het vinden van nieuwe wegen die leiden tot inzichten die op ecologisch, economisch en sociaal-cultureel terrein vruchten dragen. Innoveren is en blijft dus pure noodzaak. CHILL betreedt geen gebaande paden, maar bewandelt juist een avontuurlijke, innovatieve weg die zowel leidt tot oplossingen voor bestaande uitdagingen als mogelijkheden voor nieuwe business. Tien jaar timmert CHILL inmiddels aan deze weg, waarin baanbrekende oplossingen zijn gevonden door te blijven innoveren. “CHILL is geen formeel systeem noch een strikte organisatie, maar een manier van denken en werken. Het is eerder een dynamisch speelveld, waarin creativiteit, spelplezier en denkkracht bepalende factoren zijn”, zegt Joost Ruland.

Het meten van het onmeetbare is onbegonnen werk. Toch bevindt het speelveld van CHILL zich juist in die moeilijk definieerbare ruimte tussen onderwijs, ondernemerschap en overheid. CHILL als ether, een organische verbinding dat brandstof geeft aan sectoren die een innovatieve boost kunnen gebruiken. “Die onmeetbaarheid van onze resultaten is evenzeer onze achilleshiel als onze troefkaart. Achilleshiel omdat we nu eenmaal leven in een tijd waarin meetbare resultaten de toon zetten. Facts and figures begrijpt iedereen. Ze illustreren resultaten. Maar wat CHILL doet laat zich niet in harde cijfers definiëren, althans niet eenvoudig. CHILL faciliteert en creëert een ruimte - een speelveld - waarin iets ontstaat. Dat ‘iets’ wordt uiteindelijk ‘iets concreets’. Ik vergelijk het wel eens met de befaamde Camp David-akkoorden uit 1978 waarin de Amerikaanse president Jimmy Carter erin slaagde om de gezworen vijanden Egypte en Israël een raamwerk voor vrede te laten maken. In dat buitenverblijf, zo’n honderd kilometer ten noordwesten van Washington DC, werd het schijnbaar onoverbrugbare samengesmeed tot een nieuw verhaal voor het hele Midden-Oosten. Ik begrijp dat een vergelijking hiermee pretentieus is, maar de gedachtegang achter die akkoorden is inspirerend. Er ontstond een ruimte waarin men niet langer tegenover, maar met elkaar werkte aan een nieuw verhaal waarin nieuwe dingen gebeuren. Het is soms belangrijk om zaken buiten de context van het gebruikelijke te halen.”

Methodologie

De impact die CHILL heeft bevindt zich eerder in het proces dan in manifeste producten of diensten. CHILL is meer dienend dan leidend. “Onze status is op dit moment te dienend, denk ik. We zouden in mijn optiek een duidelijkere leidersrol op ons kunnen nemen. Onze methodologie werpt vruchten af, zo merken we in de terugkoppeling uit het veld. En met veld bedoel ik nu nog vooral het chemisch-industriële veld. Maar de laatste jaren is de CHILL-methode ook uitgewaaierd over andere sectoren. CHILL kan in de toekomst veel relevanter worden in de industriële ecologie. De uitdagingen overstijgen dan een regionaal niveau, maar manifesteren zich op wereldschaal. Zaken als schaarste aan grondstoffen en energie zijn geen onderwerpen die ver van ons af staan. Die thema’s raken ons elke dag midscheeps. Het circulaire denken – met de CHILL Circular Space hier op de Brightlands Chemelot campus als uithangbord – is geen modeverschijnsel, maar harde noodzaak. CHILL opereert exact op dat duurzame terrein. Ik denk dat we er alleen voor moeten zorgen dat we de impact die we als grootste huurder van de campus hebben ook duidelijker moeten benoemen.”

Joost Ruland brengt al sprekend graag een nuance aan in de gedachte dat de impact van CHILL zich helemaal niet zou laten kwantificeren. “Er is wel degelijk onderzoek gedaan naar de resultaten die CHILL boekt. We kunnen concluderen dat onze werkwijze zowel kennis als ook een netwerk oplevert. Dat zijn twee onontbeerlijke facetten van een goed businessmodel. Onze toegevoegde waarde schuilt juist in die twee kwaliteiten. In euro’s uitgedrukt wordt het al een aanzienlijk stuk ingewikkelder. Wat is immers de waarde van een circulair product in geldelijke zin? Als een paal boven water staat dat we maatschappelijke winst boeken. CHILL doet het niet voor zichzelf, maar voor de maatschappij.”

Zingeving

Al filosoferend over de toekomst en de rol van CHILL hierin wijst Joost Ruland op het belang van zingeving. Flower Power op de chemelot campus? “Ik schaam me niet om toe te geven dat ik een kind ben uit die tijd en dat mijn denken meer op het collectieve dan op het persoonlijke is gericht. Het sociaal constructivistische van die Flower Power-tijd spreekt me aan. Ik denk dat het belangrijk is dat we ons nog meer gaan bezighouden met de vraag hoe we met elkaar samenleven. Ik geloof in ‘hoe-vragen’, dat zijn analytische vraagstukken die draaien om de wijze waarop we onze samenleving organiseren. Waarom doen we wat we doen? Om winst te maken, groter te worden? Of valt er op andere terreinen winst te maken? Dat laatste geloof ik. Het zijn principes als gelijkwaardigheid, samenwerking, autonomie en solidariteit die in mijn ogen belangrijk zijn. Dit soort superdefinities zijn niet voor niets nooit weersproken. Ik denk alleen dat ze steeds belangrijker en richtinggevender worden als we de wereld tenminste leefbaar willen houden.”

CHILL creëert nieuwe speelvelden door steeds verder buiten de oevers te treden van het laboratorium. “Dat laboratorium is de plek waar we als het ware vandaan komen. Die omgeving speelt nog steeds een belangrijke rol. Maar er zijn de laatste jaren andere omgevingen bijgekomen. Ons Umfeld is gegroeid. Ik gebruik graag de analogie van het spel. Want een speelveld biedt veel ruimte voor creativiteit, voor inzet, samenspel, kameraadschap en innovatie. Op een speelveld leren de spelers van elkaar. Er bevinden zich ervaren spelers evenzo als beginners. Er ontstaan betekenisvolle verbindingen. CHILL is zo’n betekenisvolle aanjager van speelvelden. Ik durf te stellen dat CHILL een noodzakelijkheid is. We zijn als het ware een programma dat hopelijk op termijn zo geïnternaliseerd zal zijn in andere sectoren dat we ooit overbodig zullen zijn. Dat gun ik CHILL van ganser harte. Maar zover is het nog niet. We staan pas aan het begin. Het was pionierswerk, maar inmiddels is ons succes niet onopgemerkt gebleven. Op naar de komende tien jaar.”

Hoe het begon

Joost Ruland herinnert zich nog goed hoe het allemaal begon. “CHILL kwam voort uit Zuydlab. Zudlab was een antwoord op de financiële problemen van de chemie-opleidingen van Zuyd Hogeschool. We hebben van onze zwakte een verdienmodel gemaakt en aan de kosten een ‘andere dimensie’ gegeven en de opleiding van studenten op de schop genomen. Het leren diende te starten vanuit een ‘echte’ werkomgeving met ‘echte’ vraagstukken die moesten worden opgelost. Dus niet langer alleen maar met de neus in de boeken en door theorie te stampen werden studenten opgeleid, maar in de praktijk. We reorganiseerden daarmee als het ware de traditionele systematiek van het vak.”

Daarmee was een eerste stap gezet. Vanaf 2003 ontstond geleidelijk een gedachte die uiteindelijk tot CHILL heeft geleid. “Mensen als Nol Kuijpers van DSM en oud-docent Albert de Boer waren wezenlijk in de totstandkoming van de CHILL-gedachte. Zij wisten vanuit hun achtergrond wat de markt nodig had en aan welke eisen gekwalificeerde medewerkers dienden te voldoen. Albert de Boer werd een sterke voorvechter van het CHILL-idee avant la lettre. In 2006 begonnen we samen met Cyriel Mentink en Gino van Strijdonck aan een sessie in het Kruisherenhotel in Maastricht. Ik was in die tijd als directeur bezig met het schetsen en uittekenen van de structuur van de nieuwe organisatie. In het Kruisherencomplex zag ik een bepaalde symboliek die ik vond passen bij het construct dat we aan het fabriceren waren. Het betrof namelijk een oud monumentaal gebouw dat een nieuwe functie kreeg. Ook het kwaliteitsniveau dat het Kruisherencomplex uitstraalde vond ik inspirerend voor onze plannen.”

“Ik schaam me niet om te zeggen dat ik van meet af aan een elitair aura nastreefde. Ik bedoel met elitair niet een met arrogantie omgeven flair, maar een geestelijke houding waarbij men zich verantwoordelijk voelt voor de omgeving waarin men werkt. Die elite van de geest -waaraan iedereen kan deelnemen-, zoals dichter Lucebert het zou omschrijven, was belangrijk om tot een gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel te komen van waaruit we met CHILL konden starten. Het draaide niet om particuliere belangen, maar om een collectief gevoelde urgentie om aan de slag te gaan.”

“Uiteindelijk kregen we de naam Life Science. Met die naam konden we ons profileren naar de studenten van het voortgezet onderwijs. Voor sommige oud-docenten lag dit gevoelig. Ze geloofden niet dat het verbreden van het aandachtsgebied in de richting van een samenvoeging van een biologie-, chemie- en metrische laboratoriumopleiding in Life Science de oplossing vormde. Zij waren puristen. Niets mis mee, maar niet meer van deze tijd. De oplossing van diverse vraagstukken geschiedt niet vanuit één enkel gezichtspunt. CHILL was van meet af aan een holistisch opgezet idee waarbij vraagstukken multidisciplinair werden bekeken. Tegenwoordig spreekt men in dit verband van een ‘intersectionele aanpak’.”

“CHILL is ontstaan uit een beantwoording van de ‘hoe-vraag’, de vraag naar de wijze waarop we mensen willen opleiden en de manier waarop we de samenleving willen inrichten. Die innovatieve zoektocht heeft uiteindelijk geleid tot CHILL. De innovatie van het ‘hoe’.”